Van alle zeeën thuis
“Matteo, met de kop in de wind!” schreeuwt de zeebonk met een peuk balancerend tussen hangsnor en onderlip. Franco is al vijftig jaar lang van alle zeeën thuis. Mijn vriend Matteo heeft zeilpapieren, maar weinig praktijkervaring. Voor mij geldt het omgekeerde, al is het lang geleden dat ik voor het laatst gezeild heb. Ik sta bij de mast het zeil te hijsen en geniet stiekem van de twee kemphanen in de kuip.
Italianen worden vaak getypeerd als gewoontedieren, maar er zijn voldoende uitzonderingen. Zoals Franco. “Ik was in Iran toen de revolutie daar uitbrak”, vertelt hij als we op een zacht briesje richting Porto Venere zeilen. Eind jaren zeventig reisde hij per zeilboot, te voet en bus richting het Verre Oosten. Als matroos, stuurman en later schipper leerde hij de kneepjes van het vak én kwam hij in aanraking met andere culturen. Aan de boeken in de kajuit had ik al gezien dat onze schipper belezen is. Boven op de stapel ligt een doorwrocht wetenschappelijk relaas over klimaatverandering. Dat is niet toevallig het volgende gespreksonderwerp nadat we overstag gaan. Franco vindt het onbegrijpelijk dat zijn landgenoten zo ongevoelig zijn voor de klimaatcatastrofe, stijgende zeespiegel en waterverzuring. Hij doorspekt zijn betoog met cijfers, inzichten en anekdotes. Franco zit op zijn praatstoel, al is dat de harde witte rand van de zeilboot.

Hij laat zien dat hij meer geduld heeft met kinderen dan met hardleerse volwassenen. Hij legt Libero uitgebreid uit hoe je een moeilijke knoop legt. De kinderen zijn de afgelopen jaren al naar de nodige zeilkampen geweest en ik merk met voldoening dat ze van wanten weten. Ik moet lachen als ze me de Italiaanse woorden leren voor termen die ik lang geleden in Friesland heb geleerd. “Drizze, papa, weet je niet wat dat betekent?” zegt Gloria uitdagend terwijl ze de fokkenval flink aantrekt.
We varen langs de Cinque Terre, die er vredig bijliggen, zeker vanaf het water gezien. Stipjes bewegen op en neer voor een rotswand. Dat is de Via dell’Amore, wijst Franco naar boven. Om de negenhonderd meter tussen Riomaggiore en Manarola te overbruggen, moet je betalen. “Schande!” Het is het startsein voor een gesprekswending richting sociale ongelijkheid. Donatella voegt zich in het gesprek en biedt mij de kans om me even te laten meevoeren door het uitzicht, de klotsende golven en de zon.
Ik word plots wakker geschud door wild geschreeuw. De kinderen hebben zowaar een vis aan de haak geslagen. Franco bromt stevig als de vis met de nodige moeite en viezigheid wordt binnengehaald. De twee kemphanen
zorgen voor nog een leuk tafereeltje bij het binnenvaren van Porto Venere: Franco legt uit hoe de haven met de walkietalkie aangesproken moet worden, maar Matteo doet het keer op keer net anders. Het is druk en we krijgen niet meteen contact. De tranen rollen me over de wangen bij de zoveelste poging om drie keer ‘Porto di Porto Venere’ te herhalen.
Eenmaal aangemeerd neemt Matteo de controle over. Als hobbykok tovert hij een heerlijke aperitivo en fles bubbels tevoorschijn. De wijn draagt bij aan verdraagzaamheid en het lijkt plots niet zo’n uitdaging meer om met z’n negenen in een boot van amper dertien meter te slapen. Na een zacht wiegende nachtrust en een ochtendwandeling in de smalle straten van Porto Venere varen we weer richting vertrekpunt Lavagna. Bij het afscheid spreken we af dat Franco mij kan bellen als er bij een regatta nog een bemanningslid nodig is. Dit zeiltochtje smaakt naar meer. •
[text-blocks id=”19744″ slug=”archief-terug-in-toscane”



