Asfaltvacht

Ewout Kieckens

Attento, daar loopt iemand!” Mijn vrouw schreeuwt het in de auto bijna uit en ik trap op de rem, zo hard dat ik bang ben dat de airbag oppopt. Onze auto komt tot stilstand, tien centimeter voor de benen van een voetganger. De schrik staat in de ogen van de man, zoals bij een overstekend hert dat verstijft in het licht van de koplampen.
Je kunt van Rome veel zeggen – dat het de mooiste stad van de wereld is, het prachtigste monument uit de klassieke oudheid (Pantheon) binnen zijn grenzen heeft of, feitelijker, dat de stad 2,8 miljoen inwoners heeft – maar niet dat het een tweede Lichtstad is. Het is geen Parijs. In Rome is het ’s avonds altijd donker op straat. Weliswaar zijn sommige monumenten uitgelicht, hoewel de fontein op de Piazza Navona pas nog wekenlang in het donker stond, maar de verlichting haalt het niet bij Las Vegas. Zelfs de kerstverlichting is sober. Van lichtvervuiling kun je niet spreken – dat is in elk geval mooi meegenomen.
Dat het zo donker is, past in zekere zin wel bij Rome. In de 17de eeuw bestond de straatverlichting uit niet meer dan madonnelle, kleine votief-altaren die hoog op straathoeken waren geplaatst en waarvóór altijd kaarsen werden aangestoken. Veel ervan zijn gewijd aan de Madonna, waaraan ze ook hun bijnaam ontlenen, en honderden staan nog steeds in het straatbeeld – monumentjes op zich.
Inmiddels is de straatverlichting wel verbeterd. De openbare verlichting bestrijkt het gehele ongeveer 1500 km² grote grondgebied van Rome, met 6370 kilometer aan wegen en meer dan 650 verlichte monumenten, zo lees ik op een officiële site. Het openbare net strekt zich uit over 8052 kilometer en voedt 226.728 lampen, gemiddeld één lamp per twaalf inwoners. Ik weet niet hoe dat in verhouding staat tot andere steden, maar het klinkt niet alsof Rome bespaart op lampen. Bovendien zijn de laatste tien jaar de meeste van die 226.728 lampen door leds vervangen, dus je zou zeggen dat de gemeente zijn best aan het doen is.

Dat mag allemaal zo zijn, het resultaat is toch dat voetgangers hun leven niet zeker zijn, of dat je brokken maakt omdat de gaten in het wegdek niet zichtbaar zijn. Het motto, zo heb ik gelezen op de chat van wijkbewoners, is ’s avonds beter niet als voetganger naar buiten te gaan. Niet omdat er allemaal engerds rondlopen, maar om niet te struikelen over een verkeerd liggende straatsteen of een stuk afgebrokkeld asfalt – of dus onder een auto te komen. Veel ouderen weten dat; zij blijven binnen en versnellen hun pas zodra de schemering inzet om maar voor het donker binnen te zijn. Het voordeel daarvan is wel dat je ’s avonds niet over rollators hoeft te struikelen.
Met een lantaarnpaal per twaalf inwoners – best een luxe – blijft het dus donker. Het probleem zit hem erin dat het netwerk heel oud is (dat is geloof ik gebaseerd op 19de-eeuwse infrastructuur), het onderhoud ondermaats is en dat de bomen onvoldoende worden gesnoeid. Zo wordt de verlichting in de straat parallel aan die van ons gedempt door weldadige takken van magnoliabomen. De weg loopt ook nog eens naar beneden en heeft een mooie asfaltvacht, waardoor je ook zonder gas te geven naar beneden stuift. Als er dan een onverlaat oversteekt… Maar uiteindelijk gaat het ook daarom: er wordt te hard gereden in Rome. Mea culpa. •

Ewout Kieckens woont al vele jaren in Rome en schreef diverse boeken. Hij belicht opmerkelijke zaken van het leven in Italië.

nr. 2, 2026

Nieuwsbrief

Advertentie

Bezoek Italië, Emilia Romagna

instagram