Bar Amore
Rond het nabijgelegen ‘Kattenforum’, de plek waar Julius Ceasar is vermoord, kom ik regelmatig mensen tegen die ik ken uit Bar Pascucci. We zijn nog steeds geschokt dat onze bar na meer dan tachtig jaar zo plotseling de deuren sloot. Door de jaren heen ontstonden er vriendschappen, niet alleen met de eigenaren Patrizia en Bruno, maar ook tussen de vaste klanten. Waarom gaven ze geen afscheidsborrel waarbij we gegevens konden uitwisselen? Van enkele Pascucci-gangers had ik het telefoonnummer. We vonden elkaar terug en gingen op zoek naar een nieuwe bar, sfeervol, met goede koffie en cornetti en zo authentiek mogelijk. Uiteindelijk werd het Bar Amore, nota bene aan het Kattenforum. Tot mijn verbazing was ik er tientallen jaren aan voorbij gelopen. De ingang is smal, tussen andere bars en pizzeria’s en de verlichting hel, wat iets ultramoderns deed vermoeden. Maar dat bleek niet het geval. Bar Amore bestaat meer dan zestig jaar. De twee zonen hebben de bar overgenomen van hun ouders. Marco staat achter de kassa, Andrea achter het fornuis, waar hij onder meer overheerlijke cornetti maakt. De bar is lang en smal. Naast de uitgestrekte toog zijn een soort open coupés met bankjes aan weerskanten van een tafeltje. Het is alsof we op een trein zijn gestapt die verder rijdt.
Meerdere ochtenden per week zie ik daar Nino, voordat hij naar zijn werk gaat bij het Vicariaat, een kerkelijk bestuursorgaan. Hij is kunsthistoricus en zenmeester, komt uit Sardinië, maar ook voor hem is Rome de stad die hem altijd weer met verwondering vervult. Hij neemt espresso, ik cappuccino en allebei een volkoren cornetto met honing. Op het ogenblik is hij betrokken bij de museale uitbreiding van de Carcere Mamertino, de staatsgevangenis van het antieke Rome, waar Vercingetorix, de koning van Gallië, gevangen zat en volgens de legende eveneens Petrus en Paulus.
Ook Piera is opgedoken, een klein zeer pittig dametje van in de tachtig. Piera woont in de heuvels iets buiten de stad, maar ze kan niet zonder Rome. Bij Pascucci vertelde ze me dat ze decennialang het huishouden bestierde in een chic palazzo hier vlakbij en dat ze daar nu alleen af en toe komt strijken. Toen ze daar in 1978 voor het eerst naartoe ging, was de straat afgesloten. “Maar [la signora] verwacht me!” De carabinieri waren onverbiddelijk. Het bleek dat in de voor de deur van haar werkgeefster geparkeerde auto, het lichaam was gevonden van Aldo Moro, de door de Brigate Rosse vermoorde minister-president. Sinds die tijd frequenteerde ze behalve Pascucci ook Bar Amore. Ze herinnert zich dat bareigenaar Marco nog in de buik van zijn moeder zat.
Onlangs stuurde Piera een berichtje dat ze naar Rome kwam. We hebben samen ontbeten. Zij met haar espresso macchiato, altijd uit een glas. Ze vertelde dat haar man de deur niet meer uit wil en haar ook het liefste thuishoudt. “Ik zeg dat ik naar mijn werk moet, maar nu was dat niet waar”, bekende ze vrolijk. Bij het afscheid gaf ze me een plastic zak citroenen uit haar boomgaard.
Toen we vanmorgen gedrieën, met Nino, aan het ontbijt zaten, zei Piera: “In de lente wil ik voor jullie koken. Ik ben nu al aan het peinzen wat. En we moeten een keer lunchen in de Osteria del Boschetto. Dan ga ik ’s ochtends koffiedrinken bij mijn vriendinnen in de Via Genova.” Piera heeft een oude band met Bruna, de portier van een palazzo daar. Bruna is bevriend geraakt met de bewoonsters van de appartementen waarover ze waakt en Piera is opgenomen in de club. “Tegen mijn man zeg ik dat ik ga werken, en daarom moet ik ’s ochtends al weg.” Haar ogen fonkelen ondeugend. “Mijn moeder zei: ‘Als je een huwelijk goed wil houden, moet je leugens kunnen vertellen.’”
Archief



