Het huis van Luigi Serafini

“Het huis van Luigi Serafini wordt bedreigd”, vertelde Patrizia, die samen met haar broer Bruno eigenaar is van Bar Pascucci, waar ik al kom sinds mijn eerste dag in Rome en waar ik elke ochtend ontbijt.
“Hoezo bedreigd?”
“Het palazzo is van de Ridders van de Orde van Malta en die willen iedereen eruit zetten.”
“Om er een hotel van te maken?”
“Waarschijnlijk.”
Een paar jaar geleden leerde ik Luigi kennen. “We kunnen dit wel Il bar degli artisti noemen”, zei Patrizia toen ik naast een man met een grijs paardenstaartje aan de toog stond. “Een schrijfster, een maestro.”
“Bent u schilder?”
“Luigi is een tovenaar. Hij is architect, schilder, tekenaar, ontwerper, schrijver, et cetera. En net als jij heeft hij met Fellini gewerkt.” We keken elkaar nog nieuwsgieriger aan, raakten in een geanimeerd gesprek dat verderging op een bankje bij het Kattenforum met uitzicht op de tempelruïnes. Met Fellini at hij in dezelfde restaurants als waar ik met hem tafelde, ontmoette dezelfde mensen. Ook hij kreeg Fellini aan de telefoon met hoge stem, zijn secretaresse spelend. Maar er ontstond verwijdering.

“Waarom?”
“Federico wilde dat ik zijn jongere zelf speelde in La voce della luna.” De donkere doordringende ogen, het lange steile haar dat toen zwart was, het twinkelende lachje, en dat zorgvuldig formuleren. “Nu je het zegt. Je zou perfect zijn geweest.”
“Ik was te druk met mijn eigen werk. Er was net een raar boek van mij uitgekomen. Trouwens, daardoor wilde Fellini me ontmoeten.”
“Raar?”
“De Codex Seraphinianus”.
Rinkelend valt het kwartje.
“In die verzonnen taal vol wonderbaarlijke tekeningen!”
Weer met dat lachje: “Het is ook uitgegeven in Nederland, door Meulenhoff.” Gek genoeg maakte naast de spectaculaire tekeningen, juist het onbegrijpelijke schrift het boek universeel en verscheen het over de hele wereld.
Luigi bleek nog dichter bij het Pantheon te wonen dan ik, in een groot appartement in een immens palazzo. Dat appartement veranderde hij in de loop van veertig jaren in een grandioos kunstwerk, een unieke wereld. Het is alsof je een droom binnenstapt. Alles is zijn schepping, de wanden, de meubels, de lampen, het servies, de boekenkasten. Alles kleurrijk, verrassend, humoristisch, verwarrend.
De laatste keer dat ik Luigi tegenkwam was hij gespannen, druk met advocaten, kunstkenners, journalisten. Wat zijn dat voor ridders? Wat willen ze? De ziel van Rome verder verkwanselen door er een volgend zessterrenhotel van te maken? Of loert de Senaat erop die vlakbij nog een gigantisch paleis bezit? Al zou dat onontkoombaar zijn dan kan dit unieke kunstwerk toch bewaard blijven als een mysterieuze verborgen schat, en ook toegankelijk voor bezoekers? Is er geen bescherming van staatswege, het ministerie van cultuur? Zo’n unieke schepping van een kunstenaar die werd bewonderd door Fellini, Italo Calvino, Roland Barthes, internationaal wordt gelauwerd. Het zal zo’n vaart niet lopen, dacht ik. Maar in de bar hoorde ik dat de ene na de andere bewoner zijn appartement verliet. Een negentigjarige man die het betreurde dat het gebouw geen lift bezat, vond onverwacht een lift naar de hemel, vertelde Luigi. Maar Luigi streed door.
Vanochtend bij Pascucci, vertelde Bruno dat Luigi gisteren langskwam en een jaar respijt heeft. Zo is door de rechter beslist. Hij was blij, maar voelde zich lichamelijk uitgeput. “Logisch, door al die spanning”, zei Bruno.
Ik belde Luigi. Hij was erg opgelucht. “Je hebt het dus getroffen met de rechter?”
“Het waren drie vrouwen.”
“Hoe kan dat, geen enkele bescherming door de staat, het ministerie van cultuur?”
“Geïntimideerd door de Orde van Malta misschien. Net als bij het
Vaticaan, dat is geen macht van deze wereld, die komt van boven.”
Zodra hij is hersteld, heffen we het glas bij onze vrienden op het behoud van dit unieke universum. •

Schrijfster Rosita Steenbeek verhaalt over haar dagelijkse leven in Italië.

Nieuwsbrief

Advertentie

Bezoek Italië, Emilia Romagna

instagram