Plastic Soup Surfer

Landgenoot Merijn Tinga, de Plastic Soup Surfer, is met zijn uit plastic flesjes gecreëerde surfboard via de Tiber Rome binnengezeild. De afgelopen nacht sliep hij in een tentje aan de oever van de rivier en vandaag is hij ontvangen door de paus. Vanavond zal Merijn vertellen over zijn avonturen en idealen op een bijeenkomst van de DIBA, de Dutch Italian Business Association, die regelmatig originele en belangwekkende ontmoetingen organiseert. Ook twee Italianen zullen spreken over hun strijd tegen afval en voor een circulaire economie. Angela, la presidente, die er niet bij kan zijn, vraagt of ik als presidente onoraria, een dankwoordje wil spreken.
De bijeenkomst is in Albergo Etico, een hotel dat zich laat leiden door ethische beginselen. Er werken mensen met een beperking en er wordt op verantwoorde wijze gekookt. Aan het eind van de middag wandel ik erheen, in een rechte lijn van het Kattenforum tot aan Piazzale Flaminia.

“Ha Rosita”, groet Gilberto die uit de ijzerwinkel komt waar hij werkt en die ik ken zolang ik in Rome woon.
“Ga je naar Santa Rita?”
“Santa Rita?”
“Rozen halen. Het is vandaag haar dag.”
“Ik heb een afspraak bij Piazzale Flaminia.”
“Het ligt op de route.”
Ik loop met hem mee door de smalle warme straten.
“Kijk, rozen.” Hij wijst op een vrouw achter op een motorino met drie rode rozen in haar hand. Zodra je de deur uit gaat in Rome, gebeurt er iets en vaak iets bijzonders. Er klinkt gezang vanuit de volle kerk. Binnen staan overal grote bossen rozen en meerdere mensen hebben rozen in hun hand. Gilberto vraagt aan een dame in een cape met een roos erop waar we de rozen kunnen krijgen.
“Ze worden uitgedeeld na de mis.” Die duurt zeker een half uur. Dat haal ik helaas niet. Gilberto heeft ook een verplichting. Om de hoek van de kerk zien we achter een open deur een lange tafel vol rode rozen. De man die op een tree voor de deur zit, bevestigt vriendelijk:
“Na de mis.” Hij is moe. De eerste mis was vanochtend om zeven uur, en dan de hele dag door, de ene mis na de andere met daarna het uitdelen van de rozen. Ze zijn vooral bedoeld voor mensen die het moeilijk hebben.

Gilberto en ik spreken af dat we volgend jaar samen in alle rust naar Santa Rita gaan. Ik wandel door en arriveer in Albergo Etico, waar Merijn een meeslepend verhaal vertelt over zijn missie, met foto’s waarop we hem zien aankomen bij het Tibereiland en in het apostolisch paleis, gehuld in surfkleding en met zijn peddel als staf. Daarna vertelt Enzo van A Buon Rendere over zijn strijd voor de invoering van statiegeld en Cecilia van Marevivo over acties voor een schone zee. Ik dank hen voor hun hoopvolle woorden en daden. De strijd tegen afval is oud, ook in Rome. Daarvan getuigen de vele stenen plaquettes uit de 17de en 18de eeuw die verbieden afval op straat te gooien. op de hoek van mijn straatje staat sinds 1727 geschreven: ‘Het is ten strengste verboden afval op straat te gooien op straffe van tien dukaten waarvan een derde naar de verklikker gaat, wiens naam geheim blijft. Je kunt ook kiezen voor een lijfstraf.’ Gelukkig zijn er tegenwoordig mensen die de strijd tegen afval anders voeren. In de hoteltuin worden drankjes en verfijnde hapjes rondgedeeld. Merijn vindt Rome een geweldige stad. Het was wel even zwaar geweest in de stroomversnelling bij het Tibereiland, maar hij was daar zo hartelijk opgewacht. Tegen middernacht loop ik terug naar huis, langs de Santa Rita die nu gesloten is. Er is geen afval te bekennen, maar de sanpietrini liggen wel vol rozenblaadjes. •

Schrijfster Rosita Steenbeek verhaalt over haar dagelijkse leven in Italië.

nr. 5, 2026

Nieuwsbrief

Advertentie

Bezoek Italië, Emilia Romagna

instagram

instagram