Immuun voor de tijd

Ewout Kieckens

Als je in Rome geboren en getogen bent, sleep je een hele geschiedenis met je mee. Het is de hoofdstad van een van de grootste wereldrijken uit de oudheid, dat van de Caesars en Augustussen, en later – en nog steeds – het centrum van de pausen. Niet dat iedereen hier rondloopt met het idee af te stammen van keizer Claudius – al scheelt het soms niet veel. In 1468 bouwde apotheker Lorenzo Manei zijn familiepalazzo in Rome en deed het voorkomen alsof hij afstamde van de illustere patriciërsfamilie Manlius. Hij liet dat voor de zekerheid maar meteen in steen beitelen. Wie nu langs het palazzo loopt, aan de rand van het voormalige getto, kan lezen dat het gebouw werd opgetrokken in het 2221ste jaar ‘Ab Urbe Condita’, sinds de stichting van de stad in 753 voor Christus. Lorenzo’s link met het antieke Rome kon en kan niemand ontgaan. Een zekere trots voor hun stad hebben de Romeinen tegenwoordig nog steeds. Je bent ook niet zomaar een
Romein. Er wordt zelfs beweerd dat je er pas echt een bent als je familie er minstens zeven generaties woont.

Laatst zei mijn zeventienjarige stiefdochter – laten we haar Ginevra noemen – dat ze, telkens als ze langs het Tibereiland komt, onwillekeurig aan haar geboorte denkt. Dat klinkt gek, alsof iemand zich zijn eigen geboorte herinnert, maar ik begrijp wat ze bedoelt. Ze is daar geboren, zoals duizenden anderen in de binnenstad, in het ziekenhuis Fatebenefratelli, opgericht door een katholieke orde met het motto ‘Fate del bene, fratelli’ (‘Doe het goede, broeders’). De broeders hebben dat de laatste jaren niet zo letterlijk genomen: door mismanagement moest
het ziekenhuis bijna sluiten. Het werd ternauwernood gered door een ander katholiek ziekenhuis van Rome, Policlinico Gemelli – het ziekenhuis waar de paus wordt opgenomen als hij zich even niet onfeilbaar voelt. Ginevra is kortom een Romeinse, en ze is er trots op. Net zoals ze trots is gedoopt te zijn in de doopkapel van de Sint-Jan van Lateranen (San Giovanni in Laterano). Dat is een kapel die er al 1600 jaar staat. Mijn vrouw overtreft haar dochter trouwens, want zij is nota bene in de Sint- Pieter in het Vaticaan gedoopt. Ik kan daar als geboren en getogen Hollander weinig tegenover zetten.

Maar er zijn ook Romeinen – al dan niet van de zevende generatie – die alleen maar klagen over hun stad. Er gebeurt hier nooit wat en alles blijft altijd hetzelfde, is de teneur. Een jonge Britse vrouw die ik laatst ontmoette wist kennelijk niet dat Rome geen Londen is. Ze vertelde dat ze van plan was zich in Rome te vestigen. Haar leven, zo bleek, draaide om uitgaan en het ontdekken van nieuwe dingen. Ik heb haar aangeraden dat besluit nog eens te heroverwegen. In Rome gaat, op een paar uitzonderingen na, het nachtleven rond twee uur ’s nachts op slot, alsof iemand een schakelaar omzet die al eeuwen op dezelfde plek zit. Het theaterleven is er niet echt spannend, nieuwe architectuur heeft geen hoge prioriteit en exposities hebben de (geruststellende) eigenschap dat je ze eigenlijk al kent voordat je binnen bent.

Zelf vind ik het juist een van de grote charmes van Rome, dat de stad nauwelijks verandert. Gebouwen staan waar ze al eeuwen staan, de Via Appia en andere hoofdwegen dragen onverstoorbaar hun oude namen. Zelfs het koffiedrinken aan de toog volgt een bijna rituele choreografie (je bestelt gehaast, je drinkt je espresso staand in een paar slokken op en maakt weer plaats) die vermoedelijk al eeuwen dezelfde is. Zelfs het ongedisciplineerde uitwaaieren van een wachtrij (waarbij iedereen tegelijk zo’n beetje vooraan probeert te staan) werd ongetwijfeld al met verve beoefend door in toga geklede voorvaderen. Veel lijkt hardnekkig immuun voor de tijd. Rome heet niet voor niets de Eeuwige Stad. Veranderen zou bijna ongepast zijn. •

Ewout Kieckens woont al vele jaren in Rome en schreef diverse boeken. Hij belicht opmerkelijke zaken van het leven in Italië.

nr. 4, 2026

Nieuwsbrief

Advertentie

Bezoek Italië, Emilia Romagna

instagram