Familiebezoek

Rosita Steenbeek

“We komen even langs.” Mijn broer, die met zijn Siciliaanse vrouw en twee van hun drie kinderen van Rotterdam naar Sicilië rijdt, vertelt dat ze Rome aandoen.
Na een aperitief op mijn terrasje onder het glas-in-loodraam van de kerk waar mijn broer en zijn vrouw precies 22 jaar geleden in de echt werden verbonden, gaan we eten op het Tibereiland. In de zomermaanden kun je daar tafelen met ­uitzicht op de Ponte Rotto. Zoon Pietro die net eindexamen gymnasium heeft gedaan en blij is dat hij is verlost van het Latijn, heeft slecht geslapen en kon niet in verrukking raken van de dorpjes die ze onderweg bezochten. Hij houdt nou eenmaal van steden en op zijn shirt staat dan ook ‘Rotterdam’, de stad waar hij woont en gaat studeren.
We dalen de trap af naar de punt van het eiland dat tweeduizend jaar geleden de vorm had van de boot van Aesculapius en waar net als in de oudheid nog steeds zieken worden ­verpleegd. Pietro’s moeheid wordt minder en helemaal wanneer we naar een tafeltje worden begeleid met uitzicht op de Pons Aemilius die daar staat sinds de tweede eeuw v.Chr. De brug die mooi is uitgelicht is omgedoopt tot Ponte Rotto omdat er een stuk is afgebroken. Maar een groot gedeelte staat nog stevig in het kolkende water van de Tiber.

Na de maaltijd gaan we ergens anders een ijsje eten. Bij Giolitti stel ik voor, de bekendste ijssalon van Rome. We wandelen door het getto, langs het theater van Marcellus en de Portico d’Ottavia en even later langs de plek waar Julius Caesar is vermoord. Pietro is zijn moeheid vergeten, vindt het geweldig dat er nog zoveel overeind staat en zou het antieke Rome het liefst in oude luister hersteld zien.
Als we het Pantheon naderen horen we een enorm kabaal van zingende en schreeuwende mensen, geknal van gele en rode ­rookbommen. Het plein voor het ­Pantheon dat baadt in rood licht, blijkt vol te staan met voornamelijk mannen, gehuld in rood en geel die met grote vlaggen ­zwaaien. Op de vlaggen staat de wolvin en eronder ‘AS Roma’. Zou de voetbalclub een belangrijke wedstrijd hebben gewonnen? Op een spandoek zo breed als het Pantheon staat te lezen: “22 juli 1927, niet zomaar een datum maar het begin van een droom.” Over een uur is het 22 juli. Op een ander spandoek lees ik dezelfde datum met daarachter: “Eterna la tua gloria, eterno il nostro amore.” ‘Eeuwig je glorie, eeuwig onze liefde.’ Wanneer we het wonderlijke spektakel lang genoeg hebben aanschouwd en Pietro tevreden herhaalt dat dit toch echt een stad is, wringen we ons door de menigte en zijn we vervolgens al snel in de rustige Via Uffici del Vicario waar sinds het jaar 1900 de beroemde ijssalon gevestigd is. Nadat we een keus hebben gemaakt uit het brede scala aan smaken, waaronder ‘Vacanze romane’, gaan we zitten in een fraaie zaal stile Liberty, met bloemenvazen geschilderd op zalmroze muren, spiegels en kroonluchters. Er zijn maar een paar tafeltjes bezet.
Een daverende knal. Iedereen schrikt op. “Daar heb je ze weer.” Achter het raam staan de AS Romafans. Ze barsten
uit in gezang, heffen hun armen met gebalde vuist, laten nog meer vuurwerk knallen. We gaan ervan uit dat ze wel zullen doorlopen, maar als ons ijsje op is staan ze er nog steeds. Ze timmeren op de ruit, op het ­ijzeren rolluik voor een van de deuren.
De obers blijven laconiek. Kruitdamp dringt de zaal binnen en wordt steeds dichter. Mijn schoonzusje krijgt een hoestbui. Er zijn meer mensen die weg willen. Het is ruim na middernacht wanneer we een poging wagen, een paar stoere Romeinen voorop. Voetje voor voetje schuifelen we door de menigte opeengepakte fans.
Bij het afscheid zegt Pietro dat hij hier wel zou willen wonen.
De volgende dag lees ik in de krant dat rond middernacht tweeduizend fans het verjaarsfeest inluidden van AS Roma, de club die 91 jaar geleden werd opgericht boven de ijssalon. ✦

Schrijfster Rosita Steenbeek verhaalt over haar dagelijkse leven in Italië.

Nieuwsbrief

Advertentie

Bezoek Italië, Emilia Romagna

instagram